Meimaand Mariamaand: hoe zat dat ook alweer?

30 april 2020

Voor katholieken is het een vanzelfsprekendheid: mei is de maand waarin Maria feestelijk wordt geëerd. Maar waar komt die devotie eigenlijk vandaan? Hoe is dat gebruik ontstaan? En op basis van welke bronnen?

Met enige goede wil kun je een enkele aanzet aanwijzen in de middeleeuwen, maar van volksdevotie is nog geen enkele sprake. Geleerden wijzen er graag op dat Maria de plaats moest innemen voor allerhande heidense gebruiken. De naam van de maand gaat terug op de Romeinse moedergodin Maia. Zij staat voor vruchtbaarheid, ontluikend leven, liefde.

Meisjes die in het stadion een striptease opvoerden

Rond de eerste van haar maand kenden de Romeinen de Floralia, feesten en spelen ter ere van de bloemengodin Flora. Er kwamen bloemenkransen aan te pas, meisjes die voor de ogen van de verlekkerde toeschouwers in het stadion een striptease opvoerden. Op middeleeuwse afbeeldingen wordt de maand mei geïllustreerd door boeren op het land, bloemen, vogeltjes en ridders te paard die met hun geliefde de natuur intrekken. Wellicht komen daar gebruiken als het dansen rond de meiboom vandaan, en het kiezen van een meikoningin?

Ombuigen

Dit soort praktijken zijn heel lang blijven bestaan. Tot verdriet van de kerkelijke overheden. In 1579 probeert Carolus Borromeus, in zijn bisschopsstad Milaan, de aandacht van de bevolking af te leiden van dergelijke excessen, en ze om te buigen in gebedsstonden voor het Mariabeeld in de kathedraal. Dat sloeg aan. In die jaren heerste juist de pest in Noord-Italië. Zou dat ertoe hebben bijgedragen dat de Mariadevotie een succes werd? In diezelfde tijd organiseerde in Rome Filippus Neri voor de jeugd elke dag van de maand mei een Mariagebedsuur.

In deze 8-delige serie ontdek je alles over Maria

Dat gebruik zal met name door de Italiaanse jezuïeten van de achttiende eeuw worden overgenomen en verspreid. Tijdens hun volksmissies in de maand mei houden ze elke dag Mariameditaties. De inspiratie was mede ingegeven door bloei en succes van de zogeheten Mariacongregaties, broederschappen die een bijzondere trouw beloofden aan de heilige Maagd, en dat bezegelden met een riddereed of gelofte.

Mysteries

De meditatiestof ontleenden zij aan Ignatius’ Geestelijke Oefeningen en borduurden daar op voort. Ignatius geeft aan hoe de bidder kan verwijlen bij mysteries uit het leven van Jezus. Hij doet het voor, als hij stilstaat bij Jezus’ geboorte in de grot:

Het beleefde talloze herdrukken

“Onze-Lieve-Vrouw zien en Jozef […] en ook het pasgeboren kind Jezus. Ik maak me tot knechtje, onbeduidend en onwaardig, en ik kijk ze aan, aanschouw ze en dien ze waar het nodig is, alsof ik erbij was, met alle achting en eerbied waartoe ik in staat ben. Daarna tot mezelf inkeren om er enig voordeel uit te trekken. […] Aan het einde houdt men een gesprek [met] de drie goddelijke personen, met Jezus of met zijn Moeder, Onze-Lieve-Vrouw.”

Verspreiding

Deze dagelijkse meimaandmeditaties werden door de jezuïeten uitgegeven in devotieboekjes. Zo verscheen in 1725 het boekje van pater Dionisi ‘Meimaand Mariamaand’. Het bevat adviezen voor het versieren van een Maria-altaar of een Mariabeeld; het beveelt aan dagelijks de rozenkrans te bidden of de litanie van Maria, en elke dag te beginnen met een goed voornemen. Het beleefde talloze herdrukken.

[Wil je verhalen als deze niet missen? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief]

Dergelijke boekjes vonden hun weg in heel Europa, maar ook in de missiegebieden: Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië. In 1815 en 1822 bevorderde paus Pius VII (+ 1823) deze vorm van volksdevotie door er meerdere aflaten aan te verbinden.

Vindplaats

Welbeschouwd is de meimaand als Mariamaand dus een recente ontwikkeling in de geschiedenis van het vroomheidsleven. Mooie illustratie van het katholieke geloofsinzicht dat niet alleen de Heilige Schrift, maar ook de traditie vindplaats is van Gods openbaring.

Hoe komen we aan het inzicht dat zij onbevlekt ontvangen is?

Gelukkig. Want in de komende tijd willen we stilstaan bij de vraag hoe Maria in het leven van de gelovigen geleidelijk aan zo’n vooraanstaande plaats is gaan innemen, terwijl er in de Bijbel zo weinig over haar wordt verteld. Hoe komen we aan het inzicht dat zij onbevlekt ontvangen is? Vanwaar weten wij dat haar ouders Joachim en Anna heetten? Hoe komen we aan haar jeugdverhalen? Hoe komt zij aan haar eretitel ‘Moeder van God’? Hoe weten wij dat zij in de hemel is opgenomen? En daar tot koningin gekroond? Over dat alles zwijgt de Bijbel. Maar de traditie koestert al deze mysteries als kostbare schatten. Waar heeft zij die dan gevonden?

Auteur: Dries van den Akker SJ is jezuïet en oud-docent godsdienst, catechese en levensbeschouwing. Verzorgt ook een website over heiligen: www.heiligen.net. Hij is redacteur van Ignis Webmagazine.

Andere berichten