VREDE EN GERECHTIGHEID
Houvast in veranderende tijden
Brief van de Rooms-Katholieke bisschoppen van Nederland
____________________________________
Dierbare broeders en zusters in Christus,
De politieke, sociale, economische en culturele wereldorde is aan het veranderen.
Meerdere landen breiden hun invloed uit over hun grenzen heen. Daarbij laten hun
regeringen zich steeds minder gelegen liggen aan internationale organisaties die de
macht van individuele landen beperken. Door de nadruk op het eigenbelang neemt
de internationale solidariteit af. De veranderingen van de wereldorde leiden tot on-
rust, instabiliteit en conflicten. Ook in Nederland merken we de gevolgen daarvan, voor onze vrijheid, welvaart en veiligheid.
Te midden van alle veranderingen vinden we houvast, richting, hoop en troost in ons geloof dat oproept te bidden voor en te werken aan vrede en gerechtigheid, indachtig de eerste woorden van de Verrezen Heer: “Vrede zij u.”(Joh. 20)
Vrede en gerechtigheid zijn met elkaar verbonden. De profeet Jesaja (32,17) zegt dat vrede een vrucht is van gerechtigheid. In de brief van Jacobus (3,18) staat dat gerechtigheid een vrucht is van vrede. Waar ongerechtigheid is, kan geen vrede zijn
en waar onvrede is, krijgt gerechtigheid geen kans. Vrede komt niet voort uit geweld en afschrikking, maar uit gerechtigheid. Vrede is niet alleen het afzien van geweld, maar het zoeken en behouden van verbinding. Vrede is niet de tegenstander ont-
wapenen en verslaan, maar uiteindelijk weer in zijn waardigheid herstellen. Vrede betekent werken aan een gezamenlijke toekomst, waarin bronnen van conflict worden weggenomen en wegen gevonden worden om conflicten op te lossen. Vrede gaat om het zoeken van het gezamenlijk goede, het ‘bonum commune’, voor de strijdende partijen
en daarmee ook voor de regio en uiteindelijk voor de hele wereld.
Er kunnen zich situaties voordoen waarin gebruik van geweld ter verdediging, al-
leen in allerlaatste instantie, gelegitimeerd is zoals wanneer het eigen land wordt
aangevallen of bij schendingen van mensenrechten. In alle gevallen dient het geweld
proportioneel, doelmatig en beperkt te blijven. Coördinatie en legitimering door or-
ganisaties zoals de Verenigde Naties of de Europese Unie is daarbij nodig.
De overheid dient de menselijke waardigheid te beschermen. Menselijke waardig
heid is het leidend beginsel voor het democratisch proces, waarin mensen hun me-
ningen uitdrukken en gezagshebbers bij verkiezingen getoetst worden. Menselijke
waardigheid komt naar voren in een rechtsstaat, waarin mensen objectief en onaf
hankelijk worden behandeld, en waarbij niet macht maar gezamenlijk opgestelde
regelgeving het onderlinge samenleven bepaalt. Vanuit de overheid moet de maat-
schappelijke pluriformiteit die elke samenleving kenmerkt worden beschermd,
waardoor minderheden zichzelf kunnen zijn en in vrede met elkaar kunnen leven.
Ook dient er vrije pers en nieuwsgaring te zijn, zodat mensen zich vrij kunnen uiten
en informeren.
Paus Johannes XXIII schreef in zijn encycliek ‘Pacem in terris’ (1963) “dat er in
plaats van het criterium voor vrede dat steunt op een evenwicht van bewapening,
het principe komt dat er alleen maar in wederzijds vertrouwen aan een vrede ge-
bouwd kan worden” (61). Door diplomatie en geweldloze acties kan de waardigheid
van zowel de slachtoffers als van de daders overeind blijven en zo kansen bieden
aan herstel van vrede en gerechtigheid.
Paus Leo XIV pleit bij conflicten voortdurend voor ontwapening, dialoog en bekering
van harten. In zijn vredesgebed, vaak gericht aan Maria Koningin van de Vrede,
roept hij op tot ‘ongewapende en ontwapenende vrede’: “Ons gebed voor vrede gaat
onverminderd door, in het bijzonder door het gezamenlijk bidden van de heilige
rozenkrans. En uit deze voorbede van het hart komen vele gebaren van evangeli-
sche naastenliefde, concrete nabijheid en solidariteit voort” (Angelustoespraak 26
oktober 2025). De paus benadrukt in zijn boodschap voor Wereldvrededag 2026
dat het noodzakelijk is “ieder geestelijk, cultureel en politiek initiatief dat de hoop
op vrede levend houdt, te motiveren en te ondersteunen”. In zijn gebed voor de
maand maart 2026 gaat de paus daar op verder: “Ontwapen onze harten van haat,
wrok en onverschilligheid, opdat wij instrumenten van verzoening mogen worden.”
Wij zijn geroepen bij te dragen aan het welzijn van anderen, en daarmee aan hun
veiligheid. Er is een breed gedragen Europees perspectief op veiligheid nodig dat
gebaseerd is op vrede waarin menselijke waardigheid, territoriale integriteit, natio-
nale soevereiniteit en internationale solidariteit de leidende waarden zijn. Binnen
de organisaties van het maatschappelijk middenveld, waartoe ook onze Kerk be-
hoort, moeten we het gesprek voeren over hoe we als gehele samenleving weerbaar-
der kunnen zijn.
Paus Leo XIV benadrukt steeds dat ware veiligheid niet voortkomt uit controle ge-
voed door angst, maar uit vertrouwen, gerechtigheid en solidariteit tussen volkeren.
In navolging van zijn voorganger paus Franciscus ziet de paus gelovigen van ver-
schillende tradities en alle mensen van goede wil als broeders en zusters die zich
gezamenlijk inzetten voor vrede en gerechtigheid. Daardoor ontstaat er een wereld-
wijde, grensoverstijgende en mensenverbindende smeekbede voor vrede en gerech-
tigheid.
In zijn gebed voor de maand maart van 2026 bidt de paus: “Moge elk vriendelijk
woord, elk gebaar van verzoening en elke keuze voor dialoog zaadjes zijn voor een
nieuwe wereld.”
Samen met u sluiten wij ons van harte aan bij het vredesgebed van de paus. Zijn
oproep te bidden voor en te blijven werken aan vrede en gerechtigheid is een hou-
vast in veranderende tijden. Nu wij onderweg zijn naar Pinksteren, moge de Heilige
Geest ons die vrede schenken.
Baarn, tweede week van Pasen,15 april 2026
De Rooms-Katholieke bisschoppen van Nederland
rkkerk.nl

































