Nog geen reacties

Geestelijke begeleiding door Jos Moons SJ

In verband met de coronacrisis gaat de geplande lezing van Jos Moons op 1 juli 2020 helaas niet door.

Wel wenst hij ons wat mee te geven.

 

Wijselijk-onwetend de Geest volgen

Geestelijke begeleiding vanuit de ignatiaanse traditie

Jos Moons SJ

 

Jos Moons (1980) is jezuïet en werkt als pastor in de Universitaire Parochie van de KU Leuven. Daarnaast is hij docent aan de faculteit theologie in Leuven, onderzoeker aan Tilburg University, en supervisor bij de opleiding voor geestelijk begeleiders in Vlaanderen. Naast wetenschappelijke bijdragen schrijft hij ook columns voor www.igniswebmagazine.nl.

 

 

Geestelijke begeleiding hoort bij de jezuïeten. Al vanaf het eerste begin. Lang voordat hij theologie studeerde, en lang voordat er zoiets was als de jezuïeten, deed ‘founding father’ Ignatius van Loyola (1491-1556) aan geestelijke gesprekken en gaf hij zogenaamde ‘geestelijke oefeningen’. Over de weldadige vruchten van die geestelijke begeleiding is bijvoorbeeld een prachtig getuigenis bewaard gebleven in het dagboek van Pierre Favre (1506-1546), één van Ignatius’ eerste medestanders. Daarin bidt hij om de genade “om helder de goddelijke weldaden die de Heer me door Ignatius gaf te herinneren en te overwegen”. Hoe zag die begeleiding eruit? En vooral: hoe kun je tegenwoordig mensen geestelijk begeleiden, zodat ze op het spoor komen van hun ziel en van Gods Geest? In deze bijdrage zal ik daar iets over zeggen vanuit de ignatiaanse traditie.

 

  1. Wijselijk-onwetend de Geest volgen

 

Eén van de mooiste karakteriseringen van Ignatius’ manier van doen, zijn stijl, is van de hand van jezuïet Jerónimo Nadal (1507-1580), die een belangrijke rol speelde in de vormgeving van de spiritualiteit van de jonge orde. Na Ignatius’ dood beschrijft Nadal de geesteshouding van Ignatius in z’n Parijse tijd. Ignatius was daar terecht gekomen na een onstuimig persoonlijk leven met onder andere een buitenechtelijk kind en een carrière aan het Spaanse hof. Tijdens een lang ziekbed maakte hij kennis met de wereld van ziel en de vele innerlijke bewegingen zoals voldoening, vreugde, opgewektheid, droefheid, dorheid, ontevredenheid. Hij merkte dat die bewegingen – of hoe je het ook anders zou willen noemen – een betekenis hebben, en begon anderen daarin te begeleiden. Maar hij had nog geen theologie gestudeerd; dat kwam hij doen in Parijs, zonder overigens nog iets te weten van de toekomstige Sociëteit van Jezus.

 

Volgens Nadal was het voor Ignatius geen probleem dat nog niet duidelijk was waar het allemaal toe zou leiden. Ignatius ging ‘gewoon’ wijselijk-onwetend zijn weg, en volgde daarbij de Geest. In Nadals woorden:

 

“met bescheidenheid van geest volgde Ignatius de Geest, die hem leidde; hij liep niet voorop. Zo werd hij zachtjes geleid naar wat hij niet kende (…).  Stap voor stap opende hij de weg naar de stichting van de jezuïeten en ging hij die weg, als het ware wijselijk-onwetend, zijn hart eenvoudig in Christus”.

 

De tekst is als een ets waarvan de verschillende lijnen samen een beeld vormen. De snelle penseelstreken van min of meer gelijkende woorden werpen licht op elkaar en drukken beeldend een jezuïtisch ideaal uit, geprojecteerd op de figuur van Ignatius. Aan de ene kant staan ‘bescheidenheid van geest’ en ‘wijselijk-onwetend’. Ignatius (en de ideale Jezuïet die hij belichaamt) weet het niet. Precies dat geeft ruimte voor ‘de Geest volgen’ en voor ‘zijn hart in Christus’.

 

Deze twee groepen woorden staan voor twee essentiële kenmerken van ignatiaanse spiritualiteit. Het eerste kenmerk is ‘vrijheid’, vaak nader geduid met de toevoeging ‘van ongeordende gehechtheid’. Dit is geen puur ascetisch ideaal van verstorvenheid. Het gaat erom dat je Gods uitnodiging en suggesties kunt horen en de goede weg gaan zonder gehinderd te worden door onnodige ballast en remmers in vaste dienst. Bijvoorbeeld, toen de provinciaal mij uitnodigde om naar Vlaanderen te verhuizen, kon ik ‘ja’ zeggen omdat ik niet overdreven gehecht was aan Nederland. Mijn moeder- en vaderlandsliefde blijft natuurlijk, maar het is geen stoorzender die de zaak in de war stuurt. Er is een groter kader van andere belangrijke waarden, waarbij God het uiteindelijke is. Je voelt onmiddellijk dat dat ruimte maakt. Inderdaad: daardoor kun je Gods uitnodiging horen en de goede weg gaan. Of, in de woorden van Nadal, de Geest volgen. (Overigens, ieder mens is af en toe onvrij.)

 

  1. Wijselijk-onwetend geestelijk begeleiden

 

Deze twee elementen zetten op het spoor van een specifieke, ignatiaanse stijl van geestelijke begeleiding. Voor een uitgebreide bespreking daarvan verwijs ik naar mijn recente boek ‘De kunst van geestelijke begeleiding. Een praktijkboek vanuit ignatiaans perspectief’; hier beperk ik me tot twee fundamentele houdingen.

 

Ten eerste een wijselijk-onwetende houding. Terwijl je als begeleider luistert naar het verhaal van de ander, krijg je natuurlijk allerlei associaties en intuïties, en die zijn heel zinvol. Toch moet je er best wel terughoudend mee zijn om die in te brengen. Voorlopig kun je beter een flinke tijd ‘volgend luisteren’. Je bent benieuwd wat iemand bedoelt als hij zegt dat het gebed droog is of zich zo gelukkig voelt in de stilte. Je spiegelt en exploreert. Wat precies maakt iemand mee die God kwijt is? Of die zo blij is met de nieuwe brief van de paus? Of die zucht vanwege sommig kerkelijk spreken over homoseksualiteit?

 

Als je dit wat strenger zegt, gaat het hier over ascese. De begeleider ziet af van haar of zijn eigen gedachten. In plaats daarvan maak je ruimte voor het leven van de ander. Door nadrukkelijk een houding van niet-weten aan te nemen en je eigen gedachten op te schorten, sta je open voor het echte, hele verhaal van de ander.

 

Daar zit een psychologische kant aan. Volgend luisteren, spiegelen, exploreren zijn van belang omdat mensen zich pas volledig uitspreken als ze zich veilig voelen. Dat veilige gevoel kost tijd. Het ontstaat geleidelijk, als je merkt dat wat je zegt gehoord en aanvaard is. Dan probeer je nog eens iets, en als dat weer gehoord en aanvaard is, dan zeg je nog wat.

 

Maar volgend luisteren, spiegelen en exploreren is ook van belang om theologisch-spirituele redenen. Het heeft te maken met de omgang van God met de begeleide. Ignatius spreekt graag over de directe omgang van Schepper en schepsel. De praktische implicatie van die mooie woorden is dat de begeleider beter niet te snel moet denken dat hij of zij het al begrijpt en begint te spreken. Het is beter om je te verdiepen in het mysterie van hoe God en deze mens die je voor je hebt met elkaar omgaan: benieuwd, eerbiedig, vol verwondering. Wijselijk-onwetend dus.

 

  1. Onderscheidend de Geest volgen

 

De tweede houding gaat over het volgen van de Geest. De ignatiaanse vertaling daarvan is: aandacht voor innerlijkheid en spirituele ervaring. Bijzonder trefzeker is in dit verband een uitspraak in het Amerikaanse standaardwerk over ignatiaanse geestelijke begeleiding ‘The Practice of Spiritual Direction’. De auteurs stellen dat spirituele ervaring net zo belangrijk is voor geestelijke begeleiding als ingrediënten dat zijn voor koken: zonder bestaat het niet. Over dat inzicht en de herontdekking ervan tijdens de twintigste eeuw zou veel te zeggen zijn, hier is het vooral van belang om te zeggen wat dat betekent voor begeleiding. Het moet eerder gaan over de ziel dan over (correcte) moraal of over (orthodoxe) gedachten. Of preciezer: het gaat om wat er resoneert bij wat iemand doet of denkt.

 

Hoe dat concreet werkt? Als geestelijke begeleider vraag je bijvoorbeeld aan iemand die vrijwilligerswerk wil gaan doen, welke bijsmaak en nasmaak dat heeft. Er zijn veel mogelijkheden. Spirituele ervaring bestaat in diverse soorten en maten. In dit geval is het misschien vooral warme menselijke betrokkenheid? Of juist een stoer ‘ik kan hier geen nee tegen zeggen’? Wellicht een wanhopig ‘iemand moet toch iets doen’? Of harder, bijvoorbeeld cynisme over falende politiek? Of eigenlijk eerder iets zachts: eenvoudige ontroering? Een verstilde roeping? Dat alles heet spirituele ervaring. En wat geldt over een prachtig schilderij, een mooie baby, een oogverblindende zonsopgang, een hoogstaand boek, of een heerlijke wijn, is ook hier van toepassing: je mag als geestelijke begeleider gerust de nodige tijd besteden aan het gesprek over deze ervaringen.

 

Deze aandacht voor innerlijke bewogenheid heeft niets te maken met de vermeende hedendaagse emo-cultuur. Ze gaat veel dieper. De Schepper die direct met het schepsel communiceert, doet dat door ons aanvoelen. Spirituele ervaring is een belangrijk bron van gelovige oriëntatie.

 

Daartoe moeten de ervaringen die iemand opdoet wel een beetje geëvalueerd worden. De jezuïet noemt dit ‘onderscheiding der geesten’. Een goede vuistregel is dat ervaringen van levenskracht, mildheid, eenvoud, vertrouwen (op God, anderen, zichzelf, …), helderheid, licht, verbondenheid (met God, mensen, schepping), warmte, wijsheid erop wijzen dat je op de goede weg bent, de weg van Christus, de weg van de Geest. Medebroeder Nikolaas Sintobin beschrijft dit als ‘leven op het kompas van de vreugde’. En omgekeerd, dat wat lijkt op afgesloten zijn, angst, cynisme, complexe redeneringen, futloosheid, hardheid, kilte, onzekerheid, oppervlakkigheid, verwarring, wantrouwen, zou alarmbellen moeten doen afgaan. Zijn dat niet eerder ervaringen die de hand van het kwaad verraden, en die waarschuwen dat we niet op de goede weg zijn?

 

Er valt veel te nuanceren en aan te vullen bij deze vuistregels. En er valt veel te zeggen over hoe je als begeleider helpt om dit onderscheid te maken: geestelijke begeleiding laat zich natuurlijk niet vastleggen in maar twee begrippen en houdingen. Binnen het beperkte bestek van dit artikel volstaat het om te benadrukken dat deze onderscheidende aandacht voor spirituele ervaring te maken heeft met de woorden van Nadal over het volgen van de Geest, en niet zelf voorop lopen. Dus gaat het niet om mijn eigen gedachten, noch van de begeleider, noch van de begeleide; je loopt niet voorop. Het gaat om innerlijke spirituele bewogenheid. Zodra die smaakt naar aanhoudende “vreugde, vrede, goedheid, geduld, …” (vgl. Galaten 5,22), kun je het beste de Geest volgen. En als dat niet zo is, is ook dat veelzeggend en richtinggevend: dit is waarschijnlijk niet de goede weg.

 

Besluit

 

Dit soort geestelijke begeleiding heeft iets bescheidens en iets intiems. Het bescheidene is dat de begeleider geen ‘geestelijk leidsman’ (of leidsvrouw) is. De begeleide is zélf de kapitein van het schip. Dat is nadrukkelijk anders dan in de woestijnvadertraditie, althans, zoals de wijze abba’s en amma’s ons in de vader- en moederspreken gepresenteerd worden. Daar wordt namelijk wél veel leiding gegeven (overigens vaak op een zeer wijze manier). In ignatiaanse geestelijke begeleiding is het van groot belang dat de begeleide om te beginnen vooral niet weet. Uit eerbied voor het verbond van God en de begeleide, voor hun vriendschap, voor hun relatie. Dat brengt ons bij het intieme van ignatiaanse geestelijke begeleiding. De begeleider faciliteert en stimuleert om te spreken over een laag die zelden ter sprake komt. Het gaat over de diepste zielenroerselen, het mysterieuze innerlijke leven, en over Gods uiterst persoonlijke verborgen omgang. De deskundigheid van de begeleider komt hier goed van pas om te helpen de innerlijke ervaring te duiden. Toch blijft ook daar wijselijke onwetendheid nodig. Alleen dan kun je als begeleider en begeleide samen de Geest volgen.

 

Reacties zijn gesloten.